
Via via kwam ik in 2002 bij de antroposofische peuteropvang ‘Bij Dorine’ in Blaricum. Ik wist nog niets van Antroposofie, maar de huiselijke aanpak, het leven met de jaargetijden en het contact met de natuur sprak mij zeer aan. Het bleek dat mijn bewuste levenskeus wat betreft biologische voeding, verantwoord omgaan met het milieu, behoefte aan zingeving en betekenisvol leven, samenkwam in de Antroposofie. De Vrije School volgde.
Dorine Borgers vertelde mij hoe belangrijk het is dat: “ouders en opvoeders van een peuter/kleuter het kind ondersteunen in zijn rijke fantasiewereld en het niet in deze ontwikkelingsfase door een intellectuele benadering tot vervroegd 'leren' brengen. Hoe minder speelgoed er is, des te fantasierijker speelt het kind. De fantasie is een creatieve kracht: het is het eerste actieve gebruik van de hersenen. De hersenen krijgen pas later (na de tandenwisseling) de kwaliteit van leren en onthouden. Vanaf gemiddeld 6 jaar is een kind dan ook schoolrijp en kan de cognitieve kennisoverdracht beginnen. Het kind heeft dan nog tijd genoeg om alles te leren wat in onze maatschappij nodig is.”
De Antroposofie heeft mijn leven verrijkt en mijn kinderen een hele mooie basis vol zelfvertrouwen en creativiteit gegeven waar zij de rest van hun leven uit kunnen putten.
Antroposofie is ontwikkeld door Rudolf Steiner (1861‑1925), wetenschapper, filosoof en kunstenaar.
De antroposofie gaat er van uit dat ieder met het leven een eigen bedoeling heeft en er innerlijk vrij naar wil streven om die waar te maken. Opvoeding moet daarbij ondersteunen. Dat vereist vakkennis natuurlijk, maar vooral ook inzicht in de verschillende levensfasen van de jonge mens en het vermogen om waar te nemen wat elk kind aan mogelijkheden in zich draagt.
Op de Vrije school leren kinderen dezelfde vakken als in het regulier onderwijs. Daarnaast krijgen ze een omvangrijk aanbod aan kunstzinnig en ambachtelijk onderwijs. Vakken als schilderen, muziek, toneel, handenarbeid en euritmie (bewegingskunst) zijn niet alleen bedoeld om de creativiteit te stimuleren. Ze dragen ook bij aan een brede en evenwichtige persoonlijkheidsontwikkeling. Of, zoals het ook wel wordt genoemd, aan de ontwikkeling van hoofd (verstand), hart (gevoel) en handen (daad- en scheppingskracht).
Het onderwijs is klassikaal
en gestructureerd. De dagindeling verloopt volgens een duidelijk ritme, net
als het jaar. Door middel van de seizoenstafels, verhalen, liederen en de
jaarfeesten wordt het ritme van de natuur en het leven gevolgd en aandacht
besteed aan de invloed van de verschillende jaargetijden en leeftijdsfasen
op de persoonlijke ontwikkeling en gemoedstoestand.
Het ideaal van de Vrije Scholen: kinderen helpen in hun ontwikkeling tot
evenwichtige medemensen met goede sociale, kunstzinnige, intellectuele en
manuele vaardigheden.
Gedeelten van de tekst zijn van www.vrijescholen.nl